Fokker Model 15, F-9, C-7A

Dit is een van de minder bekende modellen van de Amerikaanse Fokkerfabriek. Veelal wordt gedacht dat het model 15 werd toegekend aan de FLB vliegboot voor de US Coast Guard omdat deze ook als AF-15 werd aangeduid.

Maar deze type aanduiding staat los van het modelnummer.


Begin 1929 introduceerde Fokker de F-9 als een iets verkleinde F-10. Deze was geschikt voor 10 passagiers en uitgerust met de nieuwe Wright J-6 Whirlwind motor. Daardoor kon het type veel goedkoper worden aangeboden dan de F-10A.

De nieuwe motor was al beproefd op de militaire C-7 en TA-3 (beiden model 7) en leverde goede prestaties.

Maar er was geen belangstelling van de luchtvaartmaatschappijen voor de nieuwe F-9. In de periode van voorspoed waren al veel F-10/F-10A’s besteld. Bovendien voerde Fokker nog volop veranderingen door aan het ontwerp. Dit droeg ook niet bij aan het verkrijgen van vertrouwen.


Dat lag anders bij het Air Corps.

Er was al veel met Fokker gesproken over aanvullende opdrachten voor de C-2. Maar toen de bestaande toestellen werden uitgerust met de J-6 motor (en als C-7 werden aangeduid) ging daar de aandacht uit naar een nieuw type met die motor.

Fokker noemde het nieuwe type in die fase C-2B.

Hoewel de F-9 op een aantal punten afweek van de C-7, werden de nieuwe zes toestellen voor het Air Corps aangeduid als C-7A (29-407/412). De order hiervoor werd op 13 juni 1929 verstrekt. De meest in het oog springende verschillen met de C-7 waren de kortere romp, de wat spitsere neus en het grotere kielvlak zoals de XLB-2 had.


De productie vond plaats in de fabriek te Glen Dale, WV. Daar was het spoedig een welkome aanvulling op de aflopende bouw van de F-10A.

Tussen maart en juli 1930 werden de zes toestellen afgeleverd. Door de negatieve economische omstandigheden was toen de belangstelling van luchtvaartmaatschappijen voor het toestel geheel verdwenen.

In juni 1930 ondernam Rickenbacker, de vice president sales van Fokker, nog een poging een vervolgorder op de C-7A te verkrijgen. Dit leidde echter niet tot resultaat.


De meeste toestellen deden nog tot in 1934 dienst. Ze maakten elk tussen de 1400 en 2000 vlieguren in die periode.

Alleen de 29-411 vloog door tot begin 1936. Toen maakte een kraakje een eind aan zijn loopbaan.

Het was ook de enige van de zes die door een ongeluk buiten gebruik raakte.


Klik op de foto om de foto te vergroten